Publicaties

 

PENSIOENTEKORT REPAREREN IN NIEUWE BELASTINGSTELSEL?

In hoeverre is dat mogelijk?

 

De aftrek van koopsompolissen is in het belastingplan voor de 21ste eeuw alleen nog mogelijk bij een pensioentekort. Een goed pensioen heeft u, volgens dit, al door het kabinet goedgekeurde, plan bij een opbouw van 70% van uw laatstverdiende salaris. Weinig werknemers behalen dit automatisch via hun werkgever(s), zo zetten we uiteen. Het is de vraag of iedereen met pensioentekort voldoende belastingvrij kan repareren via de nieuwe regelingen.

 

Nog even en de kranten staan nog voller met paginagrote advertenties voor koopsompolissen. Ze schreeuwen bijna allemaal: 'Benut uw kans om nog dit jaar f6.075,- of f12.150,- van de belasting af te trekken!' Je zou bijna vergeten dat het om een pensioenvoorziening gaat. Toch is dit voor een omvangrijke categorie de manier om er, na hun pensionering, niet teveel op achteruit te gaan. Voor sommigen betekent dat een leven vol ruisende palmen, zonovergoten stranden en sportwagens, maar vele anderen gaat het om het behalen van de 70% van plus/minus het modale inkomen. Voor diegenen die nu in een hogere belastingschaal vallen dan straks, kunnen koopsompolissen aantrekkelijk zijn, want in dat verschil zit feitelijk de belastingvrije winst van de koopsompolis. U bespaart weliswaar belasting met zo'n polis, maar later moet via de lijfrente-uitkering weer worden afgerekend met de fiscus. Momenteel betalen 65-plussers over hun belastbare inkomen tot f15.000,- 17,85% en daarboven tot f48.175 is dat 19,15%. Voor werkenden geldt in die loonschaal 37,05%. De gepensioneerden uit deze inkomensgroepen komen binnen het nieuwe belastingplan op gunstiger belastingdruk uit, dat scheelt enkele procenten. Anderszijds zullen de toptarieven voor de werkenden meer verlaagd worden, waardoor dus de belastingverschillen kleiner worden. Het huidige tarief van 50- wordt 42% en dat van 60- duikelt naar 52% Overigens gelden deze tarieven straks ook voor gepensioneerden in dezelfde inkomenscategorie.

 

Groot geluk

De verlaging van de hoogste belastingtarieven, ook voor senioren, is een groot geluk voor diegenen die zich, jaar in jaar uit, rechtstreeks naar een toptarief toewerkten door het maximale in koopsommen te stoppen, terwijl ze al 70% pensioenrechten over hun salaris opbouwden. Maar het blijft natuurlijk zo dat de huidige bespaarde belastinggulden meer waard is, dan de gulden die straks na de pensionering weer aan de fiscus betaald moet worden.

Vanwege de massale aankoop van koopsompolissen door mensen zonder pensioentekort, besloot het kabinet tot afschaf van de mogelijkheid dat iedereen zo'n polis kan aftrekken. Fiscaal vriendelijk reserveren voor later is, is volgens het nieuwe belastingsysteem alleen mogelijk wanneer u kampt met een duidelijk pensioentekort. Speciale formules gaan bepalen wanneer daarvan sprake is en voor hoeveel. Daarover later.

 

Wanneer pensioentekort?

Wanneer is er sprake van een pensioentekort? De gangbare regel is in Nederland: een goed pensioen bedraagt 70% van het laatstverdiende bruto salaris. Meer mensen halen dit niet dan wel. Bijvoorbeeld vanwege het vaak geldende principe: 'Geen werk geen pensioenopbouw'. Dit lot treft twintigers en dertigers die werkloos zijn (geweest). (40-plusser in de WW reserveren voor later via een speciale regeling). Daarnaast is ook arbeidsongeschiktheid een oorzaak van te weinig pensioenopbouw.

Werk hebben, vormt echter geen garantie voor de creatie van een pensioenspaarpot. Zo wordt voor minimumloners niets gereserveerd, want de AOW-uitkering is meer dan 70% van hun huidige loon. Ook werknemers met modale salarissen of zelfs topinkomens kunnen buiten de prijzen vallen. Voor werkgevers uit diverse bedrijfstakken is een pensioenregeling bieden,namelijk geen wettelijke verplichting. Het staat ze ook vrij om uitsluitend voor bepaalde groepen personeelsleden te reserveren, bijvoorbeeld de buitendienst wel en de binnendienst niet. Veel voorkomend is tevens buitensluiting van werknemers met bepaalde functies of bepaalde soorten arbeidscontracten. Dit alles mag zolang dit geen ongelijke behandeling van mannen en vrouwen tot gevolg heeft.

 

Overgeschoten op huwelijksmarkt

In het verleden werden vrouwen op pensioengebied onbeschaamd gediscrimineerd. Tot nog niet zo lang geleden was een werkgever gul wanneer hij uitsluitend reserveerde voor de ongehuwde 30-plus dames. Dit vanuit de redenatie:'Die zijn overgeschoten op de huwelijksmarkt, dus moeten voor zichzelf zorgen'. Het overgrote deel van de werkende vrouwen wachtte een schamel- of totaal geen pensioen, totdat Europese rechtspraak daar in mei 1990 een einde aan maakte.

In 1994 maakte de Europese rechter eveneens korte metten met de indirecte discriminatie van vrouwen. Dit laatste hield bijvoorbeeld in dat deeltijdwerkers buitengesloten werden via het 'handigheidje' van werkgevers om voor part-timers de full-time franchise te berekenen. (De franchise is het bedrag dat van de pensioenrechten wordt afgetrokken om het latere recht op AOW te compenseren). Vaak gingen deze werkgevers bij de berekening van de franchise ook nog uit van de AOW voor twee personen (een echtpaar). Tegenwoordig zou dat neerkomen op 10/7 deel van de huidige AOW-uitkering voor twee is f42.124. Dit bedrag lag zo'n 10 tot 15 jaar geleden hooguit een paar duizend gulden lager. Het salaris van maar weinig part-timers, inclusief de bovenmodalen, ging dit bedrag te boven. Daarmee konden ze pensioenopbouw vergeten. Diegenen die wel meer verdienden bouwden veel te weinig op. Vaak maar zo'n 35 tot 40% van het laatstverdiende inkomen. (Werkgevers alsnog de pensioenrekening presenteren is in diverse gevallen mogelijk. Neem daarvoor contact op met uw vakbond). Sinds '94 zijn werkgevers wettelijk verplicht om de franchise voor part-timers om te rekenen naar ratio van het aantal gewerkte uren per week.

 

Tweeverdieners-gat

Ook tweeverdieners kampen vaak met een pensioengat, omdat er wordt gerekend met een franchise gebaseerd op de AOW voor een echtpaar, in plaats van voor een persoon. Verdient u als tweeverdiener, bijvoorbeeld f70.000,- en gaat daar de tweepersoonsfranchise van f42.124 vanaf, dan bedraagt uw pensioengrondslag: f27.876 x 70%= f19.513,20. Met de huidige AOW-uitkering voor de helft van een echtpaar erbij van f14.743,50 komt dit totaal op f34.266,70. Dit is maar 49% van het laatstverdiende salaris, 70% is f49.000,-.

 

'Ongunstige regelingen'

Andere redenen voor een pensioentekort vormen regelingen die anders zijn dan de 'Eindeloonregeling' die uitgaat van 70 % van het laatstverdiende salaris. Dit zijn bijvoorbeeld de:

-'Middelloonregeling'. Deze baseert zich op het gemiddelde loon over uw totale dienstjaren bij een bepaalde werkgever en niet op uw laatstverdiende salaris.

-'Beschikbarepremieregeling' betekent vaak dat de 70 % niet wordt gehaald bij salarissprongen.

 

Pensioenfonds-'hoppen'

Verder veroorzaakt job- vaak tevens pensioenfonds-'hoppen'en dat veroorzaakt hiaten. Enerzijds omdat de pensioenspaarvarkens, via uw vroegere werkgevers, kleiner zijn dan uw huidige, omdat u nu waarschijnlijk meer verdient. Maar ook het ontbreken van indexering houdt die spaarpotten zo klein en mager. Nieuwe ontwikkelingen verminderen de pijn van de pensioenbreuk gelukkig in belangrijke mate. Zo indexeert men pensioentegoeden in toenemende mate. En bovendien geldt voor iedereen, die sinds 1994 van baan verandert het recht op waarde-overdracht. Dan fietsen de oude aanspraken mee in de huidige regeling, die uitgaat van het recente salaris. Maar de 70 % haalt vrijwel niemand, bijvoorbeeld omdat vroegere pensioenregelingen vaak minder gunstig zijn dan de huidige.

Een heel andere oorzaak van pensioentekort is echtscheiding. Simpelweg omdat de penningen voor de oudedag moeten worden gedeeld.

Kortom: er zijn veel verschillende oorzaken voor een pensioentekort, waarvan we hierboven alleen nog de meest voorkomende en ingrijpende redenen melden. (Zie voor de volledige lijst het boek Persoonlijke Pensioenplanner van de Consumentenbond.)

 

De nieuwe oplossingen?

Hoe luiden de nieuwe financiŽle regelingen voor het verhelpen van een pensioentekort, die het kabinet voorstelt in 'Belastingherziening 2001'? (Nu de mogelijkheid om sowieso een koopsom te storten vervalt).

Deze nieuwe regelingen heten:

- 'Jaarruimte', om het pensioentekort in een bepaald jaar belastingvrij te compenseren

-'Inhaalruimte om de pensioentekorten uit het verleden belastingvrij te kunnen aanvullen.

Hieronder werken we deze beide mogelijkheden nader uit om te kunnen inschatten in hoeverre ze werkelijk een pensioengat belastingvrij kunnen dichten.

 

De Jaarruimte. Van deze regeling kunt u gebruik maken indien de onderstaande formule uitwijst dat u een pensioentekort hebt. Er rolt tevens het te reserveren belastingvrije bedrag uit. Deze formule luidt: (15 % van belastbaar loon/inkomen - f30.473)- FOR - 7,5 x het bedrag van de pensioenopbouw van dat jaar. (FOR, de pensioenspaarpot voor ondernemers laten we verder buiten beschouwing) Hoe pakt dit nu uit voor iemand zonder enige pensioenvoorziening? Bijvoorbeeld voor de veertigjarige Marianne van Dijk, die half-time werkt als vertegenwoordigster bij een bedrijf dat voor niemand een pensioenvoorziening treft. Haar belastbaar inkomen bedraagt f40.000 per jaar. Volgens de formule mag zij reserveren 15% van (f40.000,- -f30.473)-0= f1429,05. Hiermee spaart ze bij lange na niet een oudedagsuitkering van 70% van haar huidige salaris- de AOW voor de helft van een stel van f14.093 = f13.100,- bij elkaar. Om dit bedrag na haar pensionering jaarlijks als lijfrente te kunnen ontvangen moet ze bij de huidige rentestand op haar 65'ste minstens een bedrag van f180.000,- kunnen storten.

 

 

Onrechtvaardig voor part-timers

Een half-timer zonder pensioenvoorziening, die bijvoorbeeldf30.473,- als belastbaar salaris verdient, kan geen enkele belastingvrije cent reserveren via de 'Jaarruimte'. Bij een pensioenvoorziening via een werkgever is, in zo'n geval, een opbouw van 70 % van het salaris wel mogelijk. Dit is zo omdat het sinds 1994 via Europese wetgeving verboden is om een full-time franchise los te laten op een part-time inkomen. Belastingherziening 2001 zondigt hiertegen door voor part-timers geen omrekenfactor toe te passen voor de hoge franchise-drempel van f30.473,- Dit benadeelt eveneens in deeltijd werkende zelfstandigen met 'part-time modaal' inkomen, veelal vrouwen. Bij belastbare bedrijfsresultaten van zo'n f25.000 tot f35.000 is het voor ondernemers vaak onvoldoende mogelijk om via de belastingvrije spaarpot voor ondernemers, de FOR, te reserveren voor later.

 

Hoge drempel voor full-timers

Ook voor full-time werknemers zonder pensioenvoorziening pakt de regeling aanmerkelijk ongunstiger uit dan de huidige mogelijkheid om zonder meer een koopsom te reserveren van f6075,- of f12.150 voor echtparen. Om dit belastingvrij te kunnen storten moet een veertigjarige, volgens de formule, een belastbaar salaris verdienen van respectievelijk zo'n f70.993,- en van zo'n f111.513,-Dat is hoog.

 

Inhaalruimte

De tweede regeling die de fiscus heeft gecreŽerd om belastingvrij te reserveren heet de Inhaalruimte.

Hieronder vallen twee mogelijkheden:

-De eerste komt erop neer dat u uiterlijk vijf jaar mag wachten met het omzetten van uw jaarruimte in een belastingvrije reservering via een koopsompolis. Heeft u dus een jaar geen geld om er voor het toegekende bedrag een te kopen, dan houdt u dit nog vijf jaar tegoed.

-Inhaalaftrek die grotendeels overeenkomt met de pensioeninhaalregeling de 'Derde Tranche' uit het huidige belastingsysteem. De exacte details van de formule voor 2001 zijn nog niet officieel vastgesteld. Van deze inhaalaftrek kan alleen gebruik worden gemaakt als er sprake is van een 'niet te verwaarlozen pensioentekort'. Dat is zo wanneer de werkelijk opgebouwde voorzieningen 90 % of minder bedragen van hetgeen u volgens de belastingdienst in uw omstandigheden opgebouwd zou moeten hebben. Verder moet u ouder zijn dan 39 jaar. De maximale aftrek bedraagt f12.149,-

Omdat we nog niet kunnen rekenen met de nieuwe formule voor 2001, werken we, om u toch een ruime indicatie te geven, met de huidige Derde Tranche-formule van 1999. Daaruit rolt dat veertigjarige pensioen- en koopsomlozen over een relatief hoog inkomen moeten beschikken om voor de aftrek in aanmerking te komen, namelijk van minstens zo'n f70.000,-. Gaan we binnen dezelfde formule uit van een opbouwpercentage van 1,75 %, volgens insiders komt dit hoogst waarschijnlijk overeen met de realiteit voor het jaar 2001, dan wordt de inkomens-drempel voor een veertigjarige verhoogd van f70.000,-naar f82.000.

Voor een vijftigjarige in dezelfde pensioenloze omstandigheden rolt uit dezelfde rekensom, met 1,75 %, de gunstiger drempel van f46.000,-. Let wel, dit zijn puur indicaties, want officieel zijn de details van de rekenformule nog niet vastgesteld.†††

 

Ingewikkelde zoektocht

In de bovenstaande voorbeelden gingen we uit van werknemers zonder enige pensioenregeling, koopsompolis of lijfrenteverzekering. Het verhaal wordt ingewikkelder wanneer die er wel zijn, maar in onvoldoende mate. Om dan, in de 21-ste eeuw, voor de fiscaal vriendelijk inhaalaftrek in aanmerking te komen, moet u, de fiscus aantonen dat er een pensioentekort is. Vermoedelijk is het noodzakelijk om wat er wel is op een rij te zetten. Voor de koopsompolissen en verdere lijfrenteverzekeringen is dat eenvoudig, want daarvan bezit u polissen. Ingewikkelder is de inventarisatie van uw pensioenaanspraken: het bedrag dat is opgebouwd bij vorige werkgevers. Niet alle pensioenfondsen sturen jaarlijks een duidelijk overzicht. Velen laten niets van zich horen. Als u de namen van de fondsen niet meer weet, ligt het voor de hand uw vroegere werkgevers daarover te bellen. Wat nu als instellingen of bedrijven vrijwel spoorloos zijn gefuseerd, failliet gegaan of opgeheven? Dat kan een heel gepuzzel worden. Gelukkig is er een instelling die u kan helpen bij uw speurtocht, omdat daar, als het goed is, alle fondsen en bijbehorende (vroegere) werkgevers geregistreerd staan. Dat is de Verzekeringskamer, tel. 055-3550888.

 

Koopsompolis kritisch benaderen

Ook als een pensioentekort aangetoond kan worden, blijft het zaak om kritisch te bezien of een koopsompolis voor u wel de beste wijze is voor later te reserveren. Op de eerste plaats is het belangrijk na te gaan of u na uw 65ste wel in een lagere belastingschaal zult vallen. Daarnaast is het zaak vooraf stil te staan bij de kosten die beleggingspolissen over de inleg en/of de opbrengst in rekening brengen. Die variŽren van 10- tot 20%. Daarmee kunnen ze uw belastingvoordeel grotendeels opsnoepen. En wanneer de dividend- of rentevrijstelling nog niet zijn benut, kan het eveneens voordeliger zijn om zelf te beleggen.

Indien de koopsompolis de bovenstaande toets der kritiek kan weerstaan, dan is deze vaak de beste manier om een pensioentekort aan te vullen.

 

CONCLUSIE

Het is enerzijds begrijpelijk dat paal en perk wordt gesteld aan de hoge vaste aftrek van koopsompolissen voor mensen die absoluut geen pensioentekort hebben. Anderzijds moeten diegenen bij wie wel sprake is van zo'n hiaat de mogelijkheid krijgen voldoende belastingvrij voor de oudedag te reserveren. Hiervoor biedt de 'Jaarruimte' binnen het nieuwe belastingplan niet voor iedereen voldoende ruimte. Of dit wel het geval is via de 'Inhaalruimte' lijkt allerminst zeker. Daarbij zijn deze nieuwe regelingen met bijbehorende formules nogal ingewikkeld. Bovendien is het voor lang niet iedereen eenvoudig om het pensioenverleden goed in kaart te brengen. In ieder geval moet de Tweede Kamer nog over het nieuwe belastingplan Belastingherziening 2001 beslissen.

Vooralsnog lijkt het advies: Heeft u een pensioentekort en is een koopsompolis voor u de beste mogelijkheid, probeer er dan - zolang het nog kan- voor 1999 en 2000 zoveel mogelijk gebruik van te maken.

 

 

KADER

Lang lopende lijfrenteverzekeringen.

Naast eenmalige koopsompolisen, bestaan ook de zogenaamde lijfrenteverzekering-contracten. Deze houden meestal in dat tot aan de pensionering jaarlijks een vast bedrag wordt gestort voor een koopsompolis. Hoe gaat het belastingplan voor de 21ste eeuw deze contracten behandelen? Tot veler verbazing mogen ze niet volgens oude voorwaarden van het huidige belastingsysteem doorlopen in het nieuwe stelsel. Wie een bestaande polis wil voortzetten na 31 december 2000 en premies wil blijven aftrekken, moet voldoen aan de nieuwe regels van de 'Jaarruimte' en de 'Inhaalruimte'. Dus eerst moet een pensioentekort worden aangetoond.